Op donderdag 18 december trokken tienduizenden boeren uit heel Europa naar Brussel om te protesteren tegen het huidige Europese landbouw- en handelsbeleid. Tractoren blokkeerden straten, vlaggen wapperden in de koude wind en overal waren spandoeken met één duidelijke boodschap: Europa moet zijn koers wijzigen. Voor de Europese landbouwgemeenschap was het een van de meest zichtbare mobilisaties van de afgelopen jaren.
Het belangrijkste punt van onvrede is de oneerlijke concurrentie met goedkope importproducten. Europese boeren produceren volgens strenge regels: voedselveiligheid, dierenwelzijn en duurzaamheid staan centraal. Tegelijkertijd komen producten van buiten Europa via het Mercosur-akkoord de markt op, vaak zonder dezelfde strenge normen en kwaliteitscontroles. Dat zorgt voor frustratie bij de boeren: terwijl zij hard werken om aan hoge standaarden te voldoen, worden ze gedwongen te concurreren met goedkopere importproducten van lagere kwaliteit.
Een Nederlandse melkveehouder vertelde dat zijn bedrijf volledig duurzaam produceert, maar dat zijn melk toch concurreert met import uit landen waar regels minder streng zijn. Dit voelt volgens hem “oneerlijk en demotiverend”. Deze frustratie is herkenbaar bij veel landbouwers, zowel jong als oud, uit verschillende EU-lidstaten.
Naast handelsakkoorden speelt ook de Common Agricultural Policy (CAP) een grote rol. Boeren maken zich zorgen over de hervormingen van de landbouwsubsidies na 2027. Veel jonge boeren vragen zich af of ze hun bedrijf wel kunnen opstarten of overnemen als de financiële steun vermindert. De combinatie van strenge regelgeving, handelsdruk en onzekerheid over subsidies maakt het voor velen een uitdaging om toekomstplannen te maken.
De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca, die de demonstratie officieel organiseerde, benadrukte dat het protest vooral een oproep was om gehoord te worden en de belangen van boeren mee te nemen in beleidsbeslissingen. Het doel was niet om te vechten, maar om een signaal te geven dat de huidige koers voor veel boeren onhoudbaar voelt.
De dag verliep grotendeels vreedzaam, maar op sommige plekken liep de spanning op. Tractoren blokkeerden straten, de politie moest ingrijpen en er werd traangas ingezet. Sommige demonstranten reden met tractoren zelfstandig de Europese wijk in, waardoor kortstondige chaos ontstond bij het Luxemburgplein en in de buurt van het Europees Parlement.
Toch bleef de boodschap helder: het ging om gehoord worden, niet om geweld. Voor veel boeren was dit hun kans om hun frustratie en bezorgdheid direct bij beleidsmakers zichtbaar te maken. De timing van de actie was strategisch gekozen: de Europese Raad-top vond diezelfde dag plaats, waardoor de protesten maximale aandacht kregen.
De massale mobilisatie heeft geleid tot politieke reacties. Door de protesten werd de ondertekening van het Mercosur-pact uitgesteld en stelden enkele lidstaten strengere waarborgen voor de Europese landbouw voor. Frankrijk en Italië waren uitgesproken tegen de onmiddellijke implementatie van het akkoord, mede door de druk vanuit hun eigen landbouwsectoren.
Het signaal van de boeren is duidelijk: Europese landbouwers voelen zich oneerlijk behandeld. Ze moeten voldoen aan hoge kwaliteitseisen en strenge regelgeving, terwijl buitenlandse producten vaak niet aan dezelfde standaarden voldoen. Dit staat haaks op hun dagelijkse werk en inspanningen om duurzame, veilige en kwalitatieve producten te leveren.
Het verhaal van de boeren gaat verder dan regels of subsidies. Het gaat om gezinnen die hun bestaan bouwen op hun boerderij, om generaties die werken aan duurzame voedselproductie, en om een manier van leven die onder druk staat. Zolang Europese boeren harder worden belast dan buitenlandse producenten, staat niet alleen de sector onder druk, maar ook de voedselkwaliteit en de voedselzekerheid in Europa.
Het protest van 18 december laat zien dat boeren klaar zijn om hun stem te laten horen en dat het Europese beleid kritisch tegen het licht moet worden gehouden. Het is een herinnering dat regelgeving en handelsakkoorden niet abstract zijn, maar direct invloed hebben op mensen, bedrijven en onze voedselketen.